zo 3 mei 2020

Overdenking



Exodus 17:8-16

Gemeente van Jezus Christus,

In deze tijd van het jaar vind ik het heerlijk om even in de tuin bezig te zijn. Door het wegvallen van sport en andere hobby’s in teamverband, is er juist nu veel tijd om te tuinieren. En dit is de maitiid, de tijd waarin alles weer begint te groeien en bloeien. En dan het zonnetje erbij... Maar als ik dan in mijn tuin sta en goed rondkijk, dan word ik ook al snel wat minder vrolijk. Want dan zie ik iets wat iedere tuinier ziet. Het is vrijwel het eerste dat na de winter weer uit de grond komt. Je hoeft het niet te zaaien en ook niet te besproeien. Onkruid. Ik zucht even. Eind vorig jaar dacht ik het meeste er toch uitgetrokken te hebben. Maar het is er weer. Het is er nog. Heermoes of paardenstaart en noem maar op.
Amalek is als onkruid. Opeens zijn de Amalekieten er. Heel abrupt. En wie het Oude Testament leest, komt dat volk van Amalek steeds weer tegen. Het is de aartsvijand van Israël. Altijd is Amalek uit op de vernietiging van Israël. De vijand Amalek is een soort onkruid, die alles verwoest. Amalek duikt overal op in het Oude Testament. Amalek is de kleinzoon van een bijvrouw van Ezau (Gen. 36:12). Als de HEER rust heeft gegeven aan het volk Israël in het beloofde land, dan staat er dat Amalek uitgewist moet worden (Deut. 25:19). Amalek is overal. Saul, de eerste koning van Israël, faalt. En waarin is hij tekort geschoten? In het feit dat hij Amalek niet heeft uitgeroeid. (1 Samuël 15)
Wij kunnen moeite hebben met dat geweld. Maar de God van Pasen is in gevecht. God strijdt tegen de machten in deze wereld: de macht van de farao van Egypte en de macht van Amalek. Er is een tegenstander die de uittocht uit Egypte en de bevrijding van Pasen ongedaan wil maken. Die tegenstander bindt de strijd aan. Daarom moet Israël vechten voor z’n leven. Daarom zijn ook wij geroepen om te strijden. Omdat ook Amalek blijft strijden. In het Bijbelboek Ester komen we Haman tegen. Hij heeft een plan om de Joden uit te roeien. U raadt het al: Haman is een nakomeling van Amalek. De link naar morgen, de 4 mei-herdenking, is snel gelegd: Het Joodse volk wordt steeds weer in de geschiedenis bedreigd. Het volk van God moet strijden om te overleven. Want het onkruid blijft woekeren. Maar dat onkruid zal ook steeds weer vergaan.

Het zijn harde teksten, over het onkruid dat Amalek heet. De Bijbel gaat over het harde, het echte leven. Ook wij hebben strijd in ons leven. En daarom kunnen wij iets leren van deze geschiedenis van de aanval van Amalek.
Allereerst is het goed op te merken dat Amalek aanvalt op een zwak moment van Israël. Direct hiervoor is er de dorst in de woestijn. Er wordt geklaagd en hardop gevraagd: “Is de HEER nu in ons midden of niet?” Een moment van twijfel en aanvechting, veroorzaakt door moeilijke omstandigheden. Waar is God? Is God er wel? Zijn we wel op de goede weg? Dan komt Amalek. Dit zijn de momenten waarop Amalek toeslaat. Als wij het even niet meer weten. En uit een ander Bijbelgedeelte weten we dat Amalek aanvalt op een zwakke plek. Dat is te lezen in Deuteronomium. Amalek valt van achteren aan, waar de zwaksten zijn. Een aanval op een zwak moment op een zwakke plek. De tegenstander weet z’n momenten uit te kiezen.
Wat te doen? We lezen twee dingen: Er wordt gebeden en er wordt gestreden. Die twee gaan samen. Mozes op de heuvel heft met zijn armen de staf ten hemel. Die staf herinnert aan de daden van God: de tekenen in Egypte en de doorgang door de Rode Zee. En die staf herinnert aan de beloften van God die aan die daden verbonden zijn. Dat is bidden: God herinneren aan Zijn beloften. Zo bidt Mozes boven op de heuvel. En beneden in het dal strijdt Jozua. Dat moet ook gebeuren. Strijden en bidden. Het gaat om de combinatie van die twee. Wie alleen maar strijdt, die loopt dood. En alleen aanbidden, daar schiet je niets mee op. Beiden zijn nodig. Je moet er voor vechten, en je moet er voor bidden.
Onlangs sprak ik mensen die wat schamper spraken over alle voorschriften rond het coronavirus. Volgens hen moesten christenen vooral vertrouwen. Van deze geschiedenis van Amalek kunnen we leren dat we in tijden van dreiging vol vertrouwen moeten bidden, maar dat we het daar niet bij moeten laten. Ons gebed moet ons niet verslappen, maar juist krachtiger maken doordat we óók
strijden. Dat wil zeggen: doen wat we kunnen en moeten doen. We kunnen niet bidden en dan maar achterover leunen. Dus als het gaat om het verkeerde dat in ons huist: niet alleen bidden om vergeving en bidden dat het stopt. Maar ook er zelf mee aan de slag gaan. Met die verslaving. Of die verkeerde gewoonte. Want als je er voor bidt, dan moet je er ook vol voor gaan. Dat is wat hier in Exodus gebeurt. Mozes bidt en Jozua strijdt. Dat zijn geen tegenstrijdige dingen, dat zijn componenten van dezelfde zaak. Dat maakt dit verhaal zo mooi en zo diep. De biddende Mozes en de strijdende Jozua. Bidden en strijden gaan hand in hand. Het één kan niet zonder het ander. Dat is het mooie en ook het moeilijke ervan: Het is de strijd van de HEER tegen Amalek, maar Israël moet het doen.

Wij zijn geroepen om het onkruid te bestrijden, in onze eigen tuin, in ons eigen leven. Strijd leveren op onze knieën. Biddend strijdend tegen datgene wat ons verstikt en verstrikt, waar wij van bevrijd moeten worden. Op hoop van zegen. In vertrouwen op de zege. De zege, de overwinning, die Hij, de God van Pasen, heeft behaald. Amen.

terug
 


Agenda

Bekijk de volledige agenda hier.

Komende diensten (allen via livestream)
  • 29 november
  • 6 december

Volg ons!

Facebook | YouTube