zo 5 april 2020

Overdenking


Schriftlezing: Joh. 12:12-19

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

‘Hele hosanna-stemming verdwenen op Zandvoort.’ Zo kopte een krant een paar weken geleden, aan het begin van de coronacrisis. De Grand Prix van Zandvoort gaat in mei niet door en dat is voor veel mensen een teleurstelling. De hosanna-stemming is verdwenen, zoals dat op dit moment voor vrijwel alle sectoren geldt. ‘Hosanna’ hoort in ons taalgebruik bij een euforische stemming. Mede door veel liederen in onze kerkelijke traditie roept dat woord ‘Hosanna’ bij ons een ‘hoera’-gevoel op. De mensen langs de kant van de weg naar Jeruzalem roepen: Hosanna! Hoera voor Jezus! Als Jezus nu bij ons, in onze crisis, door onze straten zou komen, dan zouden we misschien heel iets anders roepen. Of toch niet? Want wat betekent ‘Hosanna’? Het is een woord uit het Hebreeuws. In Psalm 118 (vers 25) komen we dat woord ook tegen. Ho-si-anna. Sommige vertalingen geven dat weer met de woorden “Breng toch heil.” Andere vertalingen hebben: “Geef ons de overwinning.” Dat is geen vreugderoep, maar een roep om hulp. Hosanna betekent iets als: ‘Help toch’, ‘Bevrijd ons’.

Dat klinkt als iets wat wij ook zouden kunnen roepen. Wij zijn moe, van alle berichten en van alle bezorgdheid rondom het virus. Verlangend naar weer wat contact, in de kerk of waar dan ook. We vragen ons af hoe lang het nog gaat duren. Wij hongeren naar een bevrijding. Maar hebben wij nog hoop? En wat hopen wij dan precies? Met welke verwachtingen gaan wij de Stille Week in?
Het verhaal van Palmpasen is een verhaal van teleurgestelde verwachtingen. Het vertelt wat er gebeurt wanneer de God die wij willen en die wij denken te kennen niet verschijnt. Niet die God, maar een andere God verschijnt. Een minder efficiënte, een veel minder krachtige God verschijnt. Als dat gebeurt, dan kan hosanna heel snel plaats maken voor haat.

De mensen in Jeruzalem hopen op Jezus. De berichten over wonderen snellen Hem vooruit. Hij had blinden genezen en, zoals we vorige week hoorden, zelfs een dode, Lazarus, opgewekt! Jezus is op het toppunt van zijn populariteit. De verwachtingen van mensen zijn hooggespannen. Het is vlak voor het Joodse Pascha-feest. Dat is het feest waarop de Joden herdenken dat ze lang geleden van de farao van Egypte zijn bevrijd. Een soort 5-mei bevrijdingsdag. En de verwachting hangt in de lucht, dat nu zoiets weer kan gebeuren. Nu Romeinen hun land hebben bezet en het volk onderdrukken, is de roep om bevrijding groot.

Iedereen begint enthousiast te roepen en te zwaaien met takken. Je voelt de verwachting. Hier staat iets te gebeuren. Hier komt koning Jezus!
Was het niet beter geweest, was het niet eerlijker geweest als Jezus op dat moment tegen zijn fans, tegen zijn volgelingen had gezegd: “Stop even met dit gedoe, want het klopt helemaal niet wat jullie doen.” Maar als we goed lezen, dan zien we dat Jezus in het hele gedeelte helemaal niets zegt. Het enige wat er over Hem staat is dat Hij gaat zitten op een ezel. Dat doet Jezus niet omdat Hij te moe is om te lopen. Jezus wil op een ezel de stad binnenrijden. Daarmee wil Jezus allereerst laten zien dat Hij degene is over wie in de profetieën wordt gesproken. Bij de profeet Zacharias (9 vers 9) staat dat geschreven. Jezus laat dus zien: Dat gaat over mij! Ik ben het. Ik ben degene waar de profeten het lang geleden al over hadden. Maar er is nog een reden voor die ezel, of beter gezegd dat ezelsveulen. Een klein ezeltje dus. Grote kans dat Jezus met z’n voeten over de grond sleepte. Laag bij de grond, dicht bij de mensen. Niet verheven op een paard zoals de Romeinse overheersers dat deden. Daarmee laat Jezus zien dat Hij een ander soort Koning is. Een Vredevorst. Hij komt om te redden, maar niet door de macht te grijpen en door tegenstanders te doden, maar door machteloos te worden en zelf te sterven. Hij overwint door zwakte en dat is moeilijk voor ons om te begrijpen. Dit feest van Palmpasen is geen makkelijk feest. God op een ezel. Een weerloze Koning.

Daar zit een spanning: Durven wij te juichen voor koning Jezus, die rijdt op een ezel? Of roepen wij om een andere koning, die sterker en machtiger lijkt? Op dit moment willen wij wellicht het liefst een
god in een witte doktersjas, die triomfantelijk aankomt met een medicijn in de hand tegen het virus.
Die ons beschermt tegen al het kwaad dat ons zo kan benauwen. Die zorgt dat ons geen pijn en
ellende meer treft. Bevrijd van de macht van ziekte en dood. Net zoals de menigte bij Jeruzalem
denkt. Vaak denken en verwachten wij precies hetzelfde als zij.

Maar Jezus is een pijnlijdende en stervende Koning. Dat ontdekt de menigte in Jeruzalem ook. Al heel
snel slaat de stemming om. Binnen een paar dagen wordt Jezus gemarteld en gedood. En toch staat
dit verhaal vier keer in de Bijbel. Alle Evangelisten hebben het opgeschreven. Maar waar is dat goed
voor? Wat had die hele intocht nu voor zin? We lezen dat de leerlingen het later wel begrepen
hebben (vers 16). En daarom hebben ze overal ook het verhaal van het ezeltje verteld. Want
iedereen moet dit weten: Hij rijdt op een ezeltje. Hij wil dat je weet dat Hij voor jou Jeruzalem
binnenrijdt. Niet hoog verheven, maar gewoon naast je. Vandaag vieren we dat Hij onze Koning is,
onze Vredevorst. Jezus, die rijdt op een ezeltje.

Wij kunnen bang zijn voor wat voor ons ligt. Wie weet wat ons nog te wachten staat? Maar wij
mogen onszelf vasthouden aan een God die regeert en ons niet loslaat. De God die ons hulpgeroep
hoort. In dat vertrouwen wordt ons ‘Hosanna’, onze roep om hulp, ook een vreugderoep. Omdat we
weten dat Hij Koning is en dat Hij zál redden. Hosanna! Amen.

terug
 


Agenda

Bekijk de volledige agenda hier.

Komende diensten
  • 20 september: Kerkdienst Scharsterbrug
  • 27 september: Kerkdienst Scharsterbrug
  • 4 oktober: Kerkdienst Scharsterbrug
  • 11 oktober: Kerkdienst Scharsterbrug
  • 18 oktober: Kerkdienst Scharsterbrug
  • 25 oktober: Kerkdienst Scharsterbrug

Volg ons!

Facebook | YouTube